Pluspunten
- 725 pk en 900 Nm, beter dan 99% van de concurrentie
- Prachtig design en hoogwaardige materialen
- Comfortabel voor een supercar
- Communicatieve besturing
- Exclusiviteit en merkcharisma
Aston Martin DBS Superleggera · 2018 - heden · als getest: 5.2L V12 8AT (725 HP)
Review van de Aston Martin DBS Superleggera
De Aston Martin DBS Superleggera is een fascinerende mix van ouderwetse grand tourer en moderne supercar. Met 725 pk en 900 Nm uit een 5.2-liter V12 is hij razendsnel, maar het gewicht van 1.693 kg en het hoge verbruik maken hem minder scherp dan de concurrentie. Het interieur is prachtig, maar de technologie stamt uit een vorig decennium. Voor wie op zoek is naar een exclusieve, elegante en extreem krachtige GT is hij ideaal. Maar voor hetzelfde geld krijg je een McLaren 765LT die sneller is en meer rijplezier biedt. De DBS is een emotionele keuze, geen rationele.
De DBS Superleggera is een plaatje. Met een lengte van 4.712 mm en een breedte van 2.146 mm staat hij laag en breed op de weg, als een opgepompte roofvis. De verhoudingen zijn klassiek Aston Martin: lange motorkap, korte overhangen en een achterkant die doet denken aan de DB11, maar dan met een agressievere diffuser. Het is geen auto die je over het hoofd ziet, maar hij schreeuwt niet zo hard als een Lamborghini. Het is meer een onderkoelde dreiging, wat typisch Brits is. Binnenin word je begroet door leder en alcantara, met een geur die alleen een handgebouwde auto heeft. Het voelt speciaal, ook al is het dashboard grotendeels afkomstig uit de DB11.
Met 725 pk en 900 Nm op de achterwielen is de DBS een auto die respect afdwingt. Het gewicht van 1.693 kg is veel voor een supercar, maar de specificaties suggereren dat hij met de juiste banden en elektronica verrassend effectief is. De acceleratie van 0-100 in 3,4 seconden is niet meer top-of-the-line in 2023, maar de manier waarop de V12 zijn kracht opbouwt is dat wel. Verwacht een auto die in bochten wat onderstuurt als je te vroeg gas geeft, maar met de tractiecontrole in de sportstand kun je de staart laten uitzwaaien. De besturing is hydraulisch en dat voel je: hij is communicatief, maar niet zo scherp als een McLaren. Op de snelweg is hij een comfortabele cruiser, maar in de stad is hij breed en log.
De 5.2-liter V12 met twee turbo's is het kloppend hart van de DBS. 725 pk en 900 Nm zijn cijfers die beter zijn dan 99% van de concurrentie uit die periode, en dat voel je. De achtversnellingsautomaat van ZF schakelt snel en soepel, maar heeft niet de brutaliteit van een dubbelkoppeling. Het geluid is een diepe, rauwe grom die bij het starten de hele straat laat trillen. Het is een motor die je niet snel beu wordt, maar hij is ook niet zonder zonden: het verbruik van 12,3 l/100 km is optimistisch, en in de praktijk zul je al snel boven de 15 liter zitten. CO2-uitstoot van 285 g/km is in de huidige tijd bijna een politiek statement. Maar ja, wie koopt zo'n auto voor het milieu?
De DBS is verrassend comfortabel voor een auto met zoveel potentieel. De adaptieve dempers hebben een comfortmodus die oneffenheden aardig wegfiltert, al blijft hij strak. De stoelen zijn elektrisch verstelbaar en bieden genoeg steun voor lange ritten, maar ze zijn niet zo knus als in een GT van Bentley. Geluidsisolatie is goed, maar je hoort altijd de banden en de motor. Op de snelweg is hij stil genoeg om een gesprek te voeren, maar de windruis rond de spiegels is aanwezig. Het is een auto die je door Europa zou kunnen rijden zonder rugpijn, maar je moet wel langs elke benzinepomp stoppen.
Het interieur is een mix van ouderwetse luxe en moderne onhandigheid. De materialen zijn top: volop leder, echt metaal en een gevoel van vakmanschap dat je in een Duitse auto niet vindt. Maar het infotainmentsysteem is afkomstig van Mercedes uit 2015, met een touchpad dat nogal omslachtig werkt. Fysieke knoppen zijn er gelukkig nog voor de airco, wat fijn is, maar sommige functies zitten verstopt in het systeem. De middenconsole heeft een rij knoppen voor de versnellingsbak, wat even wennen is. Het is een mooie plek om te zitten, maar je moet houden van de Britse eigenzinnigheid.
Achterin zitten is geen optie: er zijn twee noodstoelen die alleen geschikt zijn voor kinderen of boodschappentassen. De kofferbak is met 260 liter klein, maar voor een supercar niet slecht. De achterklep is een 'kamm-tail' die het openen vergemakkelijkt. Instappen is laag en je moet even wennen aan de brede dorpels. Het zicht naar achteren is beperkt, vooral door de dikke C-stijlen, maar de camera helpt. Parkeren is een uitdaging vanwege de breedte van 2.146 meter, maar met sensoren en camera kom je een eind. Het is geen auto voor dagelijks gebruik, maar als tweede auto voor het weekend is hij prima.
Op technologisch vlak is de DBS duidelijk achterop geraakt. Het infotainmentsysteem is traag en de graphics zijn ouderwets. Er is geen draadloze Apple CarPlay, maar wel een bekabelde aansluiting die soms hapert. Rijassistentiesystemen zoals adaptieve cruisecontrol zijn niet eens leverbaar, wat in deze prijsklasse schandalig is. Je krijgt wel tractiecontrole en een elektronisch sperdifferentieel, maar dat is meer om de macht te beheersen dan voor comfort. Het is een auto die vooral draait om de rijervaring, niet om de technologie. Wie daarop let, moet bij een Mercedes of Audi zijn.
Officieel verbruikt de DBS 12,3 l/100 km, maar dat is op een rustige snelwegrit. In de stad of op een circuit kun je zomaar 20 liter per 100 km verstoken. De CO2-uitstoot van 285 g/km betekent een flinke bijtelling in België, maar kopers van een auto van deze prijs hebben daar waarschijnlijk geen boodschap aan. De prijs van de DBS is niet opgegeven, maar reken op een basisprijs van rond de 300.000 euro, met opties die dat al snel opdrijven. Onderhoud is duur, banden zijn enorm (21 inch) en de V12 is niet goedkoop in het onderhoud. Het is een auto voor mensen die geld geen rol laten spelen.
Ja, maar...
Ik zou hem alleen overwegen als ik al een echte sportauto in de garage had staan. Als dagelijkse auto is de DBS te groot, te dorstig en te onpraktisch. Voor een prijs die waarschijnlijk rond de 300.000 euro ligt, koop ik liever een McLaren 765LT voor puur rijplezier, of een Ferrari F12tdf voor de emotie. De Aston is voor de liefhebber die het merk en de uitstraling belangrijker vindt dan de laatste techniek. Kies dan wel voor de V12, want dat is de ziel van deze auto.
Gemiddelde van alle uitvoeringen van de Aston Martin DBS Superleggera, vergeleken met 5.860 uitvoeringen van andere auto's uit de periode 2015–2021.
| Kenmerk | Dit model | Gemiddelde | Positie |
|---|---|---|---|
| Vermogen | 725 pk | 233 pk |
beter dan 99%
|
| Koppel | 900 Nm | 370 Nm |
beter dan 98%
|
| Topsnelheid | 340 km/u | 218 km/u |
beter dan 99%
|
| Acceleratie 0–100 km/u | 3,4 s | 8,3 s |
beter dan 97%
|
| Verbruik gecombineerd | 12,3 l/100 km | 6,7 l/100 km |
beter dan 5%
|
| CO2-uitstoot | 285 g/km | 147 g/km |
beter dan 2%
|
| Leeggewicht | 1.693 kg | 1.624 kg |
beter dan 35%
|
Percentages tonen het aandeel uitvoeringen uit dezelfde periode waar dit model op dat kenmerk boven uitkomt. Fabrieksopgaven.
Niet opgegeven door de fabrikant: kofferruimte. Die kenmerken staan daarom niet in de vergelijking.