De 1.6-liter viercilinder benzine, hier in 137 pk-versie, is een bekend blok dat ook in oudere BMW's en Mini's zat. Het is een soepele, betrouwbare motor die graag toeren maakt, maar met 165 Nm koppel moet je wel schakelen om in het vermogen te blijven. De 5-versnellingsbak is handgeschakeld en vermoedelijk kort en precies, zoals het hoort in een sportauto. Met een gewicht van 565 kilo is de acceleratie van 5,2 seconden naar 100 km/u beter dan 78% van de vergelijkbare auto's, wat indrukwekkend is, maar het gaat hier niet om cijfers: het gaat om het gevoel van de motor die achter je hoofd brult.
Er is maar één motorversie in dit model, wat de keuze eenvoudig maakt. Je kunt geen diesel of hybride krijgen, en dat is maar goed ook, want dat zou deze auto alleen maar zwaarder en complexer maken. De motor is gekoppeld aan een handbak, wat puristen zal bekoren. In vergelijking met de concurrenten, zoals de Opel Corsa-e of Mokka-e, is de Caterham veel lichter en sneller, maar dat is geen eerlijke vergelijking: dit is een auto voor het circuit, niet voor de file. De prestaties zijn meer dan voldoende voor een weekendje sturen, en de topsnelheid van 196 km/u is alleen haalbaar op een circuit of een lege Duitse snelweg.