Onder de motorkap van de geteste C 200 ligt een 2,0-liter viercilinder benzinemotor met 204 pk en 300 Nm koppel. Dat klinkt als een bekend verhaal, en dat is het ook: de motor is soepel, stil en trekt vanaf lage toeren prima op. Het is geen motor die je meesleurt, maar hij heeft genoeg power om de 1.720 kg zware auto vlot mee te laten komen. De 9-trapsautomaat schakelt onopvallend en snel, precies wat je van een luxe station verwacht.
De cijfers vertellen een genuanceerd verhaal. Met 204 pk zit de C 200 in de middenmoot van zijn klasse — beter dan 50% van de concurrentie, maar niet meer dan dat. De acceleratie van 7,5 seconden is zelfs iets onder het gemiddelde, wat bij een auto met dit gewicht niet verbaast. De topsnelheid van 232 km/u is ruim voldoende, al vraag ik me af wanneer je die in Nederland ooit gaat halen. De motor is een keurige allrounder, maar geen enkele specificatie schreeuwt om aandacht.
Interessanter is de keuze tussen de C 200 en de C 220 d. De diesel levert met 200 pk vrijwel hetzelfde vermogen, maar heeft met 5,6 l/100 km een aanzienlijk lager verbruik dan de benzineversie (7,6 l/100 km). Voor wie veel kilometers maakt, is de diesel de logische keuze — zeker omdat het koppel hoger ligt, wat bij dit gewicht prettig is. De benzine is stiller en soepeler, maar betaalt dat met een hoger verbruik. Een hybride of elektrische versie zit er niet in bij dit model, wat in 2025 een gemis begint te worden.
De 4MATIC-vierwielaandrijving is standaard op de All-Terrain, en dat is een zegen. In Nederland met zijn natte wegen en gladde fietspaden die je per ongeluk oprijdt, geeft het vertrouwen. Het systeem verdeelt het vermogen onmerkbaar en helpt je vooral bij het wegrijden op glad asfalt. Het kost wel gewicht en verbruik, maar voor de doelgroep van deze auto is dat een acceptabele ruil.