Pluspunten
- Eigenzinnig design met karakteristieke achterportieren
- Goed weggedrag en stuurgevoel
- Breed motorengamma, van zuinige diesel tot snelle JCW
- Verrassend ruim voor een Mini
- Premium uitstraling en afwerking
Mini Clubman · 2019 - heden · als getest: One 1.5L 7AT FWD (102 HP)
Review van de Mini Clubman
De Mini Clubman is een eigenzinnige verschijning in een zee van saaie crossovers. Hij rijdt verfijnd, is praktischer dan je denkt en je kijkt er elke dag met een glimlach naar. Maar de basisversie met 102 pk is ronduit traag, en het prijskaartje van €26.500 voor zo'n kale auto is stevig. Wie de Clubman wil, moet vooral voor de Cooper S of de diesel gaan — die geven het onderstel het respect dat het verdient. Voor wie puur op ratio koopt, zijn er betere deals. Voor wie zijn hart volgt, is er maar één keuze.
Vermogen en koppel: hele Mini Clubman-reeks. 0-100 en topsnelheid: als getest.
De Mini Clubman is een auto die je niet over het hoofd ziet. Hij is langer en lager dan de meeste concurrenten, met die kenmerkende achterportieren die aan een koelkast doen denken. De verhoudingen zijn typisch Mini: korte overhangen, grote wielen en een daklijn die toch nog een beetje sportief overkomt. Het is geen stationwagen in de klassieke zin, maar ook geen crossover — hij valt in een eigen hokje, en dat siert hem.
Het interieur maakt direct indruk met een enorm rond centraal display dat als een soort schildwacht op het dashboard staat. De materialen zijn degelijk, maar sommige knoppen voelen wat plasticachtig aan, zeker voor deze prijs. Toch straalt het geheel een speelsheid uit die je bij de Duitse concurrentie niet snel vindt. Het is een auto die je uitnodigt om te gaan zitten en te ontdekken.
Op basis van de cijfers en het onderstel dat Mini altijd aflevert, kun je verwachten dat de Clubman verrassend wendbaar is. De besturing is direct en geeft redelijk wat feedback, al is het geen ouderwetse hydraulische unit. Met een gewicht van 1.350 kg is hij niet licht, maar het lage zwaartepunt helpt bij het bochtgedrag. De vering is aan de stevige kant, wat je merkt op slecht asfalt, maar op snelweg ligt hij stabiel.
De basis-One met 102 pk is echter geen pretpakket. Met 180 Nm koppel en een 0-100-tijd van 11,3 seconden moet je flink door de versnellingen jagen om mee te komen in het verkeer. De 7-trapsautomaat schakelt vlot, maar de motor moet vaak hoog in toeren. Op de snelweg is hij prima, maar bij het invoegen of inhalen moet je goed plannen. De remmen zijn krachtig en goed doseerbaar, al mis je bij de basisversie het extra vermogen om echt van het onderstel te genieten.
Het motorengamma van de Clubman is breed: van een zuinige 102 pk One tot een 306 pk John Cooper Works die de auto in een klein raketje verandert. De basis-One is een driecilinder die vooral draait om efficiëntie, niet om emotie. Met 5,6 l/100 km is hij niet onzuinig, maar je moet er wel geduld voor hebben. De Cooper D met 150 pk is een betere keuze voor wie veel kilometers maakt: 4,3 l/100 km en 150 pk is een prima combinatie.
De Cooper S met 192 pk is de meest gebalanceerde keuze. Hij sprint in minder dan 7 seconden naar 100 km/u en heeft genoeg kracht om de Clubman levendig te laten aanvoelen. De dieselversies, Cooper D en SD, bieden veel koppel en een laag verbruik, maar zijn minder geschikt voor wie vooral korte stukken rijdt. De John Cooper Works is een heftig apparaat, maar met 7,4 l/100 km en een stevige meerprijs is het een nichemodel voor liefhebbers.
De 7-trapsautomaat is standaard bij de meeste versies en schakelt soepel, maar soms wat traag bij sportief rijden. De handgeschakelde 6-bak in de JCW is een stuk directer, maar dat is alleen voor de puristen. Over het algemeen is de versnellingsbak goed afgestemd, maar niet de meest snelle die we kennen.
De stoelen voorin zijn stevig maar comfortabel, met voldoende zijdelingse steun. De achterbank is minder royaal bemeten, maar voor twee volwassenen is het prima voor een middellange rit. De vering is aan de stevige kant, wat je op lange ritten soms bekopen met wat meer vermoeidheid. Op de snelweg is de Clubman verrassend stil, al hoor je bij hoge snelheden wel wat windgeruis rond de spiegels.
De instap is laag, wat je niet hebt bij een crossover, maar dat maakt de auto juist prettig voor mensen die niet van hoog zitten houden. De stoelen zijn elektrisch verstelbaar in de duurdere uitvoeringen, maar in de basis moet je het doen met handmatige verstelling. Het klimaatregelsysteem werkt goed, maar de bediening via het centrale display is niet altijd even intuïtief.
Het interieur van de Clubman is een feest van details: de startknop als een rode schakelaar, de sfeerverlichting die van kleur verandert, en de grote ronde display in het midden. De materialen zijn wisselend: zachte kunststoffen op het dashboard, maar harde plastics op de deurpanelen. De afwerking is over het algemeen netjes, maar voor een auto van €26.500 mag je meer verwachten.
De ergonomie is een gemengd verhaal. De knoppen op het stuur zijn logisch, maar het infotainmentsysteem is niet altijd even overzichtelijk. De klimaatbediening zit in het display, wat tijdens het rijden afleidt. Wel zijn er fysieke schakelaars voor de raambediening en de spiegels, wat een pluspunt is. De opbergruimte voorin is beperkt; het dashboardkastje is klein en de deurvakken zijn smal.
De kofferbak van de Clubman is met 360 liter niet groot voor een stationwagen, maar wel ruim genoeg voor dagelijks gebruik. De achterbank kan in delen neergeklapt worden, waardoor er meer ruimte ontstaat voor grotere spullen. De laaddrempel is relatief hoog, wat het tillen van zware spullen lastig maakt. De achterklep bestaat uit twee delen die zijwaarts openen, wat in smalle parkeergarages handig is, maar bij een muur direct achter de auto erg onhandig.
Het zicht rondom is redelijk, maar de dikke C-stijlen en de kleine achterruit maken het manoeuvreren lastig. Parkeersensoren zijn dan ook een aanrader, maar niet standaard op de basisversie. De auto is met 4,25 meter lang niet enorm, maar in de stad voelt hij groter aan dan een Mini Cooper. De draaicirkel is redelijk, maar niet uitzonderlijk.
Het infotainmentsysteem van Mini is gebaseerd op dat van BMW en werkt over het algemeen vlot. Het ronde display is een lust voor het oog, maar de bediening via draaiknop of touchscreen is niet altijd even logisch. Apple CarPlay en Android Auto zijn beschikbaar, maar niet standaard op de basisversie. De navigatie werkt goed, maar is niet zo overzichtelijk als die van sommige concurrenten.
De rijassistentiesystemen zoals adaptieve cruisecontrol en rijbaanassistent zijn aanwezig, maar werken soms wat abrupt. De rijbaanassistent grijpt bijvoorbeeld stevig in, wat je in het begin kan laten schrikken. De dodehoekassistent is een prettige hulp, maar het waarschuwingslampje in de spiegel is klein. Over het algemeen is de technologie goed, maar niet beter dan wat je bij een Volkswagen of Mazda krijgt.
De basis-One met 102 pk heeft een officieel verbruik van 5,6 l/100 km en een CO2-uitstoot van 127 g/km. Dat is redelijk voor een benzineauto van dit formaat, maar niet uitzonderlijk. De dieselversies zijn zuiniger, met de One D op 4,2 l/100 km als beste. Wie veel rijdt, kan met een diesel op jaarbasis flink besparen, maar moet rekening houden met de hogere aanschafprijs en het onderhoud dat bij diesels komt kijken.
De vanafprijs van €26.500 is fors voor een auto met 102 pk en een kale uitrusting. Concurrenten zoals de Mazda CX-30 bieden meer vermogen en meer standaarduitrusting voor minder geld. De Clubman is ook niet goedkoop in onderhoud; het is een BMW in Mini-jasje, dus de kosten liggen op het niveau van een premiummerk. De verzekering is ook duurder dan gemiddeld vanwege het imago en de onderdelenprijzen.
Wie een occasion overweegt, moet letten op de betrouwbaarheid van de motoren. De driecilinder benzinemotoren zijn over het algemeen betrouwbaar, maar de diesels kunnen last hebben van roetfilterproblemen bij veel korte ritten. Het onderhoud is voorgeschreven volgens de BMW-richtlijnen, dus een dealeronderhoudsboekje is een pluspunt bij verkoop.
Ja, maar...
Ik zou de Clubman alleen kopen met de Cooper S-motor of de Cooper SD-diesel. De basis-One is met 102 pk gewoon te traag voor een auto van 1.350 kilo. De Cooper S met 192 pk kost meer, maar geeft de auto het karakter dat hij verdient. Als je vooral in de stad rijdt en af en toe een lange rit maakt, is de Cooper D ook een uitstekende keuze met een gemiddeld verbruik van 4,3 l/100 km. Alternatieven zoals de Mazda CX-30 bieden meer waar voor je geld, maar missen de eigenzinnigheid van de Mini.
Gemiddelde van alle uitvoeringen van de Mini Clubman, vergeleken met 5.294 uitvoeringen van andere auto's uit de periode 2016–2022.
| Kenmerk | Dit model | Gemiddelde | Positie |
|---|---|---|---|
| Vermogen | 185 pk | 240 pk |
beter dan 49%
|
| Koppel | 319 Nm | 378 Nm |
beter dan 42%
|
| Topsnelheid | 217 km/u | 220 km/u |
beter dan 53%
|
| Acceleratie 0–100 km/u | 7,9 s | 8,2 s |
beter dan 54%
|
| Verbruik gecombineerd | 5,7 l/100 km | 6,7 l/100 km |
beter dan 54%
|
| CO2-uitstoot | 135 g/km | 148 g/km |
beter dan 51%
|
| Kofferruimte | 360 l | 505 l |
beter dan 23%
|
| Leeggewicht | 1.350 kg | 1.640 kg |
beter dan 77%
|
Percentages tonen het aandeel uitvoeringen uit dezelfde periode waar dit model op dat kenmerk boven uitkomt. Fabrieksopgaven.
Deze review gaat over de hele Mini Clubman-reeks. De cijfers hierboven komen van de One 1.5L 7AT FWD (102 HP), maar het oordeel geldt voor elke uitvoering hieronder.