De Clubvan is leverbaar met drie motoren: de One 1.4 met 98 pk, de Cooper 1.6 met 122 pk en de Cooper D 1.6 diesel, eveneens met 122 pk maar met meer koppel. De geteste Cooper is de middenmoter: niet te beroerd, maar ook niet opvallend. De 0-100 in 9,8 seconden is netjes voor een bestelwagen, maar de topsnelheid van 201 km/u is vooral theoretisch – je wilt niet weten hoe het klinkt bij 180 km/u.
De handgeschakelde zesversnellingsbak is waarschijnlijk hetzelfde als in de Clubman, en die staat bekend om zijn precieze maar ietwat lange schakelwegen. De diesel is eigenlijk de betere keuze voor wie veel kilometers maakt: met 3,9 l/100 km is hij aanzienlijk zuiniger dan de benzineversie, die 5,5 l/100 km verbruikt. De One is vooral voor wie weinig eisen stelt en vooral een goedkoop instapmodel wil – maar met 98 pk en een laadruimte vol spullen wordt dat al snel een worsteling.
De motor is niet het sterke punt van de Clubvan, maar dat hoeft ook niet. Het gaat hier om het concept: een compacte bestelwagen die je in de stad overal kwijt kunt en die nog enigszins vlot aanvoelt. Wie meer vermogen nodig heeft, moet bij de concurrentie zijn – de Volkswagen Transporter Kombi heeft 204 pk, maar is ook een stuk groter en zwaarder.