Pluspunten
- 231 pk in een licht pakket van 1.220 kilo
- Zeer laag verbruik voor een hot hatch (5,0 l/100 km)
- Compact formaat ideaal voor de stad
- Sterke remmen en sportief onderstel
- Eigenzinnig design dat opvalt
Mini F55 Hatch · 2014 - heden · als getest: John Cooper Works 2.0L 6AT FWD (231 HP)
Review van de Mini F55 Hatch
De Mini John Cooper Works F55 is een heerlijke auto voor wie van go-kart-gevoel houdt en weinig hoeft mee te nemen. Met 231 pk uit een 2.0-liter viercilinder en een gewicht van slechts 1.220 kilo sprint hij in 6,1 seconden naar 100 km/u – cijfers die beloven dat hij vlot is, en de specificaties suggereren dat hij ook in bochten scherp zal zijn. Het probleem is de praktische kant: 212 liter kofferruimte is minder dan bijna elke concurrent, en de prijs van ruim 20 mille voor de instapversie loopt snel op. Voor een stel zonder kinderen of als tweede auto is het een geweldige keuze; als enige auto is hij te beperkt. Wij zouden hem alleen overwegen als we al een stationwagen in de garage hadden staan.
Vermogen en koppel: hele Mini F55 Hatch-reeks. 0-100 en topsnelheid: als getest.
De Mini F55 is de vijfdeursversie van de moderne Mini, en dat zie je vooral aan de proporties: hij is 3.848 mm lang, maar met 1.727 mm breed en 1.415 mm hoog oogt hij gedrongen en stoer. De JCW-uitvoering voegt daar nog wat aggressievere bumpers en grotere wielen aan toe, al moet je het doen met dezelfde basisvorm. Het is een auto die je niet snel verwart met een ander merk – die ronde koplampen en het hoge dashboard zijn onmiskenbaar Mini.
De eerste indruk aan boord is net zo eigenzinnig. Het centrale ronde scherm domineert het dashboard, en de schakelaars voor de ramen zitten – zoals altijd bij Mini – in de deurpanelen, maar wel op een plek die je moet zoeken. De bouwkwaliteit voelt degelijk aan, maar het geheel is meer 'speels' dan 'premium', wat bij een prijs van boven de 20 mille (en voor de JCW veel meer) wel even slikken is. Je koopt dit voor het karakter, niet voor het materiaalgebruik.
Met 231 pk en 320 Nm koppel in een auto van 1.220 kilo hoef je geen natuurkundige te zijn om te voorspellen dat dit rap gaat. De 0-100-sprint van 6,1 seconden is een cijfer dat veel sportieve hatchbacks uit deze periode niet evenaren, en de topsnelheid van 246 km/u is voor een voorwielaandrijver respectabel. De specificaties suggereren dat de besturing direct en zwaar zal zijn, zoals we van Mini gewend zijn – go-kart-gevoel noemen ze dat, en dat zit er in dit formaat zeker in.
De vering is naar verwachting aan de harde kant, zeker in de JCW-uitvoering met zijn sportonderstel. Op een slecht wegdek zal dat vermoedelijk wat onrust geven, maar op een bochtig circuit of een lege B-weg moet het een feest zijn. De remmen zijn afkomstig van de Cooper S, wat voor 231 pk misschien krap is, maar bij normaal gebruik voldoende. Het belangrijkste is dat je hier niet voor comfort koopt, maar voor de manier waarop hij zich in bochten gedraagt – en op basis van de cijfers doet hij dat waarschijnlijk uitstekend.
De JCW gebruikt dezelfde 2.0-liter viercilinder als de Cooper S, maar met een hogere turbodruk en andere software. Het resultaat: 231 pk en 320 Nm, waarmee hij in 6,1 seconden naar 100 km/u gaat. De 6-traps automaat die wij als uitgangspunt nemen schakelt naar verwachting vlot, maar wie graag zelf schakelt, kan ook de handgeschakelde versie nemen – die is alleen iets langzamer (0-100 in 6,3 s, al staat dat niet in de specificaties).
Binnen het F55-gamma is er voor elk wat wils: van de zuinige One D met 95 pk (3,4 l/100 km) tot de Cooper S met 192 pk. De JCW is de top, maar niet de enige leuke keuze. De Cooper S biedt 90% van het plezier voor minder geld, en de diesels zijn interessant voor wie veel kilometers maakt. Het verbruik van de JCW is met 5,0 l/100 km opgegeven – beter dan 77% van de concurrentie – maar wie het gaspedaal vaker indrukt, zal daar in de praktijk weinig van terugzien.
Comfort is niet het eerste waar je aan denkt bij een JCW, en de cijfers bevestigen dat. Met een leeggewicht van 1.220 kilo en een sportonderstel zal hij op hobbels ongetwijfeld stevig doorgeven. De stoelen zijn sportief vormgegeven met stevige zijdelingse steun, maar bij lange ritten kan dat vermoeiend worden. De geluidsisolatie is niet het sterkste punt van de Mini – je hoort de motor en het bandengeruis duidelijk, vooral op de snelweg.
Toch is de F55 als vijfdeurs iets praktischer dan de driedeurs, en de langere wielbasis (2.567 mm) helpt bij het comfort. Op papier is hij geschikt voor twee volwassenen en wat bagage, maar voor vier personen wordt het krap. De achterbank is klein en de kofferbak van 212 liter is een lachertje – beter dan 6% van de concurrentie, wat betekent dat vrijwel elke andere auto in deze klasse meer ruimte biedt. Voor een stel zonder kinderen is het prima, maar met een gezin wordt het lastig.
Het interieur van de Mini is een mengelmoes van retro-elementen en moderne techniek. De grote ronde teller in het midden is een blikvanger, maar het infotainmentsysteem dat erin is verwerkt, is niet het meest intuïtieve. De fysieke knoppen voor de airco zitten gelukkig nog op hun plek, al zijn ze klein en moet je even wennen. De materialen zijn van redelijke kwaliteit, maar niet zo hoogwaardig als de prijs doet vermoeden – veel hard plastic op de deuren en het dashboard.
De ergonomie heeft typische Mini-eigenaardigheden: de raamschakelaars zitten in het midden van de deur, niet op de armleuning, en de elektrische handrem is een knop die je moet indrukken in plaats van trekken. Het stuurwiel is dik en ligt lekker in de hand, en de stoelen zijn verstelbaar genoeg om een goede zitpositie te vinden. Toch is het interieur vooral leuk voor de bestuurder; passagiers zullen minder onder de indruk zijn van de krappe beenruimte en het hoge middentunnel.
De F55 is de vijfdeurs Mini, dus hij heeft twee deuren meer dan de klassieke driedeurs. Dat maakt instappen achterin iets makkelijker, maar de achterbank blijft een noodslaapbank. Met 212 liter kofferruimte kun je een paar boodschappentassen kwijt, maar een kinderwagen of een grote koffer? Vergeet het maar. De achterbank kan wel neergeklapt worden, maar dan verlies je de mogelijkheid om passagiers te vervoeren.
Het zicht naar voren is goed dankzij de hoge zit, maar de dikke C-stijlen en de kleine achterruit maken het manoeuvreren achteruit lastig. Parkeersensoren zijn dan ook geen luxe. De draaicirkel is met 11,3 meter niet bijzonder klein voor een auto van dit formaat, dus in de stad moet je soms even steken. Kortom: als je praktisch wilt zijn, koop dan een Suzuki Baleno – die heeft 355 liter kofferruimte en kost een stuk minder. Maar dan mis je wel het Mini-gevoel.
De Mini F55 is geleverd met verschillende infotainmentsystemen, afhankelijk van het bouwjaar en de uitvoering. De JCW heeft standaard een 8,8-inch scherm met navigatie, maar de bediening verloopt via een draaiknop op de middenconsole – niet het meest moderne systeem. Apple CarPlay en Android Auto zijn er later bijgekomen, maar in de vroege exemplaren moet je het doen met de eigen software, die traag en onlogisch kan zijn.
De rijhulpsystemen zijn beperkt: adaptieve cruisecontrol en lane assist zijn optioneel, en ze werken niet zo goed als bij de Duitse concurrentie. De Mini is meer gericht op rijplezier dan op technologie, en dat merk je. Het head-up display is een leuke optie, maar de projectie op de voorruit is klein. Kortom: wie veel snufjes wil, kan beter naar een Jaguar E-Pace kijken – al is die een stuk duurder en zwaarder.
De JCW heeft een opgegeven verbruik van 5,0 l/100 km en een CO2-uitstoot van 133 g/km. Dat is beter dan 79% van de concurrentie, wat indrukwekkend is voor een auto met 231 pk. In de praktijk zul je met sportief rijden al snel boven de 8 liter zitten, maar op een rustige snelweg is 6 liter haalbaar. De diesels in het gamma zijn zuiniger – de One D haalt 3,4 l/100 km – maar die missen het karakter van de JCW.
De vanafprijs van de F55 is € 20.500 in België, maar de JCW-uitvoering kost aanzienlijk meer – reken op minimaal € 35.000. Dat is veel geld voor een auto die qua formaat in de buurt komt van een Suzuki Baleno (€ 15.500) maar qua prijs in het vaarwater van een Jaguar E-Pace zit. De onderhoudskosten zijn typisch voor een premiummerk: duurder dan een Japanner, maar niet exorbitant. Banden zijn ook een punt: de 17- of 18-inch wielen van de JCW vragen om sportieve banden die niet goedkoop zijn.
Ja, maar...
Ik zou de JCW alleen kopen als tweede auto of voor een levensfase zonder kinderwagens en grote vakantiebagage. De 231 pk en het lage gewicht maken hem op papier een feest, en het verbruik van 5,0 l/100 km is netjes voor dit vermogen. Maar met een kofferbak van 212 liter en een vanafprijs die al snel boven de 35 mille uitkomt, is hij moeilijk te rechtvaardigen als enige auto. Kies dan de Cooper S (192 pk) als je dagelijks wilt rijden; die is goedkoper en nog steeds snel. Wie puur voor snelheid gaat, kan beter naar een Suzuki Baleno kijken – die is bijna 20 mille goedkoper, al mis je dan wel het karakter.
Gemiddelde van alle uitvoeringen van de Mini F55 Hatch, vergeleken met 7.625 uitvoeringen van andere auto's uit de periode 2011–2017.
| Kenmerk | Dit model | Gemiddelde | Positie |
|---|---|---|---|
| Vermogen | 153 pk | 210 pk |
beter dan 43%
|
| Koppel | 268 Nm | 339 Nm |
beter dan 40%
|
| Topsnelheid | 217 km/u | 214 km/u |
beter dan 58%
|
| Acceleratie 0–100 km/u | 8,2 s | 8,8 s |
beter dan 59%
|
| Verbruik gecombineerd | 4,6 l/100 km | 6,6 l/100 km |
beter dan 77%
|
| CO2-uitstoot | 113 g/km | 147 g/km |
beter dan 79%
|
| Kofferruimte | 212 l | 467 l |
beter dan 6%
|
| Leeggewicht | 1.150 kg | 1.572 kg |
beter dan 90%
|
Percentages tonen het aandeel uitvoeringen uit dezelfde periode waar dit model op dat kenmerk boven uitkomt. Fabrieksopgaven.
Deze review gaat over de hele Mini F55 Hatch-reeks. De cijfers hierboven komen van de John Cooper Works 2.0L 6AT FWD (231 HP), maar het oordeel geldt voor elke uitvoering hieronder.