De Cooper One is de toegangspoort tot het Mini-gamma met 102 pk en 160 Nm koppel. Die cijfers klinken niet indrukwekkend, en dat zijn ze ook niet: de acceleratie naar 100 km/u duurt 10,3 seconden. Maar het gaat bij deze auto niet om de sprintcijfers, maar om de manier waarop hij rijdt. De 1.5-liter driecilinder heeft een typisch karakter met een licht schurende klank en een bereidwilligheid om toeren te maken, zeker in combinatie met de handgeschakelde zesbak.
Het motorblok is er in drie smaken: 102, 136 en 178 pk, allemaal op basis van dezelfde 1.5-liter. De stap van de One naar de Cooper is met 34 pk aanzienlijk en maakt de auto een stuk volwassener. Wie voor de Cooper S of John Cooper Works gaat, krijgt een compleet andere auto, maar dan praat je over een ander budget. Voor de basisuitvoering geldt: vlot in de stad, voldoende op de provinciale weg, en op de snelweg moet je plannen. Het is een motor die je uitdaagt om te schakelen, en dat past eigenlijk perfect bij het karakter van de Mini.