De 3.8-liter V6 met twee turbo's is een legende. Met 530 pk in de geteste versie (en 550 pk in de latere uitvoering) is hij krachtiger dan 98% van zijn concurrenten uit die periode. Het blok is een technisch hoogstandje, met een laag zwaartepunt en een enorme respons, maar je moet wel boven de 3.000 toeren blijven om het echte vuurwerk te voelen. Beneden dat toerental is hij verrassend tam, maar zodra de turbo's aanslaan, word je in je stoel gedrukt en blijft het trekken tot ver voorbij de 6.000 toeren.
De acceleratie van 0-100 in 2,9 seconden is sneller dan 100% van de vergelijkbare auto's uit zijn bouwjaar. Dat betekent dat hij sneller is dan een Ferrari California T of een Lexus LFA, en dat is geen kleine prestatie. De topsnelheid van 315 km/u is ook niet misselijk, maar je moet wel een heel lange rechte weg hebben om dat te halen. De transmissie schakelt razendsnel, maar het is geen dual-clutch zoals we die nu kennen; het is een automaat met een koppelomvormer die is aangepast voor racen, wat zorgt voor een rauw karakter.
De twee motorversies verschillen niet alleen in vermogen, maar ook in verbruik. De 530 pk-versie drinkt 12,0 l/100 km, terwijl de 550 pk-versie op papier 8,7 l/100 km haalt. Dat is een groot verschil, maar in de praktijk zul je met beide zuinig moeten rijden om dat te halen. Het is een dorstige auto, maar dat hoort erbij als je een van de snelste productieauto's van zijn tijd hebt. Voor wie een GT-R wil, is de keuze tussen 530 of 550 pk vooral een kwestie van budget en of je de extra souplesse nodig hebt.
De V6 is niet de meest melodieuze motor die er is; hij klinkt meer als een rauwe machine dan als een Italiaanse tenor. Maar dat heeft ook zijn charme. Het is het geluid van een auto die is ontworpen om te presteren, niet om je buren te imponeren. En met een koppel van 612 Nm weet je dat er altijd genoeg power is om in te halen, waar je ook rijdt.