De 3,8-liter zescilinder boxermotor is een meesterwerk. Hij levert 400 pk en 441 Nm, en dat doet hij met een gretigheid die je alleen in een Porsche vindt. De motor draait soepel tot hoog in de toeren, maar heeft ook onderin genoeg koppel om relaxed te kunnen rijden. Het geluid is typisch boxer: een diep, grommend geluid dat bij hoge toeren overgaat in een snauw – geen geschreeuw, maar een dreigende ondertoon.
De 7-traps PDK-automaat is de beste keuze: hij schakelt razendsnel en soepel, en in de sportstand wordt hij agressiever zonder schokkerig te worden. De handgeschakelde versie is puurder, maar de koppeling is zwaar en de pook heeft een lange slag – niet ideaal in de file. Met de PDK sprint je in 4,3 seconden naar 100 km/u, maar het gevoel van acceleratie is nog heftiger dan dat getal suggereert. De topsnelheid van 298 km/u is indrukwekkend, maar de geteste versie is niet de snelste 911 – de Turbo en GT3 doen meer. Toch is dit voor de meeste rijders meer dan genoeg. Het verbruik van 9,0 l/100 km is hoog voor een sportwagen, maar gezien de prestaties niet schokkend – al is het wel een van de hoogste in zijn klasse.