De kern van deze auto is natuurlijk de 6.2-liter V8 met een Eaton supercharger (LSA-blok, bekend uit de Chevrolet Camaro ZL1). Het is een monument van Amerikaanse techniek: 585 pk en 740 Nm aan koppel, beschikbaar op een manier die een moderne turbo-V8 niet kan evenaren. Er is geen turbogat, geen opbouw; het vermogen is er gewoon, zodra je het vraagt. De specificaties tonen twee versies: een met een 6-traps automaat en een met een 6-traps handgeschakelde versnellingsbak. De automaat is een oudere unit, geen moderne dubbelkoppeling of 8-traps, dus schakelt hij vermoedelijk wat langzamer en minder soepel dan de concurrentie. De handbak is voor de purist, maar met 740 Nm moet je wel sterk in je schoenen staan.
De acceleratie van 4,3 seconden naar 100 km/u is respectabel, maar het gevoel zal veel heftiger zijn dan dat cijfer suggereert. Het is een auto die je constant uitdaagt, die je constant laat denken: 'kan ik dit wel aan?'. De topsnelheid is elektronisch begrensd op 249 km/u, wat bij dit vermogen bijna een anticlimax is. Het blok zelf is een lust voor het oor; het geluid is diep, rauw en onmiskenbaar V8. Het is geen subtiel gefluister, maar een gebrul dat door merg en been gaat. Dit is een motor die je niet vergeet, en die je buren ook niet zullen vergeten.
Interessant is dat Vauxhall twee versies aanbood met dezelfde motor maar verschillende transmissies. Het verbruiksverschil is minimaal (15,7 vs 15,3 l/100 km), wat aangeeft dat de automaat misschien niet de beste keuze is voor wie zuinig wil rijden, maar dat is hier toch een relatief begrip. De keuze tussen de twee is puur een kwestie van persoonlijke voorkeur en hoe je met een enorme koppelgolf wilt omgaan. De handbak geeft je meer controle, de automaat is vermoedelijk relaxter in de file. Maar laten we eerlijk zijn: wie koopt zo'n auto voor de file?