De motorline-up van de Gol is allesbehalve opwindend. De basis is een 1.0-liter met 76 pk, die in deze auto waarschijnlijk vooral geschikt is voor wie nooit de stad uitkomt. Het is een motor die je hard moet laten werken om mee te komen in het verkeer, en met een dergelijk vermogen is inhalen op de snelweg een hachelijke onderneming.
De 1.6 MSI is met 105 pk de sterkste optie en de enige die enigszins acceptabel is voor gemengd gebruik. Met 153 Nm aan koppel heeft hij wat trekkracht, maar de acceleratie van 10,4 seconden naar 100 km/u laat zien dat hij geen sportieve pretenties heeft. De topsnelheid van 188 km/u is theoretisch, maar met dit gewicht en deze aerodynamica is dat een cijfer dat je beter niet kunt uitdagen.
Het is opvallend dat de Gol, met een vermogen dat beter is dan slechts 10% van de concurrentie, zich profileert als een auto die vooral zuinig en eenvoudig wil zijn. Dat is een bewuste keuze, maar het betekent wel dat je als koper moet accepteren dat je geen enkele vorm van prestaties krijgt. Voor wie een auto zoekt om vlot mee te rijden, is dit niet de juiste keuze.