De 2.0 TSI is een bekende krachtbron, maar in de R-uitvoering krijgt hij een flinke oppepper. Met 310 pk en 400 Nm is hij goed voor een 0-100-tijd van 5,1 seconden — sneller dan de meeste sportcoupés uit die periode, en dat in een auto waar je ook een koelkast in kunt vervoeren. De topsnelheid van 249 km/u is begrensd, maar wie dat op een Nederlandse snelweg wil uittesten, is ofwel gek of heeft een zeer goede advocaat.
Er is keuze uit twee uitvoeringen: een handgeschakelde zesbak en een zeventraps DSG. Het verschil in verbruik is klein — 7,9 versus 7,2 l/100 km — maar de automaat schakelt waarschijnlijk sneller en soepeler. De motor is een benzine-eenheid met directe injectie, wat betekent dat hij pittig reageert in het middengebied, maar onderin wat minder punch heeft dan een diesel. Wie veel snelwegkilometers maakt, zal regelmatig moeten bijtanken; het verbruik is niet beter dan 27% van de concurrentie.
Het geluid is typerend VW: gedempt en beschaafd, maar met een subtiele grom wanneer je het gas dieper intrapt. Er is geen kunstmatige sound symposer zoals in sommige concurrenten, wat ik persoonlijk verfrissend vind. De motor klinkt zoals een motor hoort te klinken — niet als een orchestrale symfonie, maar ook niet als een stofzuiger.