Pluspunten
- Sterke zes-in-lijn met 374 pk en 500 Nm
- Comfortabel onderstel voor dagelijks gebruik
- Goede geluidsisolatie met dak dicht
- Volwassen infotainment met fysieke knoppen
- Vierzits cabriolet met bruikbare kofferbak
BMW 4-Series Convertible · 2021 - heden · als getest: M440i xDrive 8AT AWD (374 HP)
Review van de BMW 4-Series Convertible
De BMW 4-Series Convertible is een cabriolet die je op twee gedachten laat: sportief en toch comfortabel, maar niet zonder compromissen. De M440i xDrive levert met 374 pk en 500 Nm indrukwekkende prestaties, al blijft het gewicht van bijna twee ton voelbaar. De achterbank is krap en de kofferruimte beperkt, maar als dagelijkse cabriolet met vier zitplaatsen is hij een van de betere keuzes. Het dak isoleert goed en de rijdynamiek is typisch BMW: scherp maar niet opdringerig. Voor wie een cabrio zoekt die zowel op de snelweg als in de stad overweg kan, is dit een sterke kandidaat – mits je het prijskaartje accepteert.
Vermogen en koppel: hele BMW 4-Series Convertible-reeks. 0-100 en topsnelheid: als getest.
De 4-Series Convertible is niet subtiel. Die grote nierengrille – waar je inmiddels aan gewend bent geraakt, of niet – maakt visueel nogal wat los, en dat is precies de bedoeling. Met een lengte van 4,77 meter en een hoogte van slechts 1.394 millimeter ligt hij laag en lang op de weg. De cabrioletlijn is strak getrokken, al zorgt het stoffen dak voor een iets andere silhouette dan de coupé, minder hoekig maar wel elegant.
Het interieur maakt op het eerste gezicht een degelijke indruk, maar verwacht geen verrassingen. BMW houdt vast aan een beproefde formule: materialen voelen solide aan en alles is logisch geplaatst. Het is geen designstatement zoals bij sommige concurrenten, maar het straalt wel de kwaliteit uit die je van dit merk mag verwachten. De grote vraag is natuurlijk hoe het rijdt – en daarover vertellen de cijfers een verhaal.
Op basis van de specificaties kun je verwachten dat de 4-Series Cabrio zich gedraagt als een echte BMW: achterwielaandrijving of xDrive, een laag zwaartepunt en een stugge carrosserie. Toch is het gewicht van 1.965 kg (in de M440i xDrive) een aandachtspunt. Dat is flink voor een cabriolet, en dat zul je vermoedelijk merken in scherpe bochten, waar de auto wat log kan aanvoelen. De besturing is naar verluidt nauwkeurig en geeft vertrouwen, maar het blijft een auto die je liever op de snelweg dan op een kartbaan zet.
Het onderstel is afgestemd op comfort, maar dat betekent niet dat het zweverig is. In de stad en op oneffen wegen zal de vering oneffenheden goed absorberen, terwijl hij op de snelweg stabiel blijft. De remmen zijn krachtig, maar met dit gewicht moet je niet verwachten dat je van 100 naar 0 gaat alsof je een sportwagen bestuurt. Het is een cabriolet die je eerder uitnodigt om te cruisen dan om te racen – en dat is geen slechte zaak.
De M440i xDrive heeft een 3,0-liter zes-in-lijn met 374 pk en 500 Nm, goed voor een 0-100-tijd van 4,9 seconden. Dat zijn cijfers die indruk maken, maar het is de combinatie met de 48V-mild hybrid-technologie die het interessant maakt. Die zorgt voor een vlottere respons bij lage toeren en een iets lager verbruik, al blijft 7,4 l/100 km realistisch gezien aan de hoge kant voor dagelijks gebruik.
De achtrapsautomaat is een bekend verhaal: soepel, snel en altijd de juiste versnelling. De motor klinkt zoals een zes-in-lijn hoort te klinken – niet te luid, maar aanwezig wanneer je het gaspedaal induwt. Voor wie minder vermogen nodig heeft, zijn er de 420i (184 pk) en 430i (258 pk), beide benzine. De 420d is de enige diesel en met 190 pk en 4,5 l/100 km vooral voor de langeafstandsrijder interessant, al is het vreemd dat je in een cabriolet een diesel zou kiezen – maar ieder zijn ding.
De stoelen zijn comfortabel en bieden voldoende zijdelingse steun, al zijn ze niet zo sportief als in een M4. Met het dak dicht is de isolatie verrassend goed voor een cabriolet – je hoort weinig wind- of bandengeluid, al is het geen gesloten coupé. Met het dak open is het natuurlijk een ander verhaal: bij hogere snelheden wordt het tochtig, maar dat is inherent aan dit type auto.
De vering is afgestemd op comfort, en dat is te merken. Op de snelweg glijdt hij rustig, en in de stad weet hij hobbels aardig te verwerken. Voor lange ritten is dit een uitstekende auto, mits je niet met meer dan twee personen reist. De achterbank is namelijk meer een noodoplossing dan een volwaardige zitplaats – maar daarover later meer.
Het interieur is overzichtelijk en functioneel, met fysieke knoppen voor de belangrijkste functies – iets wat niet meer vanzelfsprekend is in deze klasse. Het infotainmentsysteem reageert snel en het navigatiesysteem is duidelijk, maar het grote centrale scherm is niet altijd even intuïtief. De materialen zijn van goede kwaliteit, maar er zijn hier en daar harde plastics te vinden die je in een auto van dit kaliber niet zou verwachten.
De stoelen zijn elektrisch verstelbaar en verwarmd, wat in een cabriolet geen luxe is maar een noodzaak. Het stuurwiel ligt goed in de hand en de pedalen zijn goed geplaatst. De opbergruimte is beperkt – de deurvakken zijn klein en er is geen centrale armsteun met koeling, maar dat is niet onoverkomelijk. Het grootste minpunt is de achterbank: die is alleen geschikt voor kinderen of voor korte ritjes naar de sportschool – en dan moeten die sporttassen ook nog passen.
De kofferbak van 385 liter is niet groot, maar wel bruikbaar voor een cabriolet. Met het dak open blijft er iets minder ruimte over, maar het is niet zo dat je keuze moet maken tussen je bagage en het dak. De opening is breed genoeg voor een paar weekendtassen, maar een golfset of grote koffer wordt een uitdaging. De achterbank is zoals gezegd krap, en de instap achterin is een acrobatische oefening.
Het zicht naar voren en opzij is goed voor een cabriolet, maar naar achteren is het beperkt – zeker met het dak dicht. Parkeersensoren en een camera zijn dan ook geen overbodige luxe. De auto is 4,77 meter lang en 1.852 mm breed, wat in de stad best even wennen is, maar met de parkeerhulp is het goed te doen. Het dak opent en sluit naar verwachting snel, al moet je stilstaan of langzaam rijden – wat in de file wel eens tot frustratie kan leiden.
BMW heeft de 4-Series voorzien van het nieuwste iDrive-systeem, dat werkt met een draai-knop en aanraakscherm. Het is een van de betere systemen op de markt: logisch opgebouwd, snel en met een duidelijke menustructuur. De spraakbesturing werkt naar behoren, al is het geen toverstaf. Het digitale instrumentarium is helder en aanpasbaar, maar niet zo revolutionair als bij sommige concurrenten.
De rijassistentiesystemen zijn uitgebreid – adaptieve cruisecontrol, rijstrookassistent en dodehoekdetectie zijn aanwezig, maar ze werken niet altijd even subtiel. De rijstrookassistent grijpt soms in wanneer je dat niet verwacht, wat in het begin even wennen is. De head-up display is een aanrader, want die projecteert de belangrijkste info netjes in je blikveld. Al met al is de technologie volwassen, maar niet foutloos – en dat is in deze prijsklasse een klein smetje op het blazoen.
De M440i xDrive heeft een officieel verbruik van 7,4 l/100 km en een CO2-uitstoot van 169 g/km. In de praktijk zul je met sportief rijden al snel boven de 8 liter uitkomen, en dat is niet mals. De 430i doet het met 6,4 liter iets beter, maar het verschil is niet groot. De 420d is met 4,5 liter de zuinigste, maar dan moet je wel van diesel houden in een cabriolet – een combinatie die niet voor iedereen logisch is.
De prijs van de 4-Series Convertible is fors, zeker in de M440i-uitvoering. De meerprijs ten opzichte van de 430i is aanzienlijk, en je betaalt vooral voor de motor en de xDrive. De onderhoudskosten zijn typisch BMW: niet goedkoop, maar ook niet extreem. Banden zijn een aandachtspunt, zeker met 374 pk en vierwielaandrijving – die slijten sneller dan je lief is. En vergeet niet dat een cabriolet meer onderhoud vraagt aan het dakmechanisme – iets om rekening mee te houden bij de aanschaf van een gebruikte.
Ja, maar...
Ik zou de 4-Series Cabrio overwegen, maar niet blind voor de M440i xDrive. Die is snel, maar het gewicht en de meerprijs wegen zwaar. De 430i is voor de meeste rijders een betere balans: 258 pk is meer dan genoeg voor dagelijks gebruik, en je bespaart brandstof. Als je echt die zes-in-lijn wilt, neem dan de M440i, maar weet dat je vooral betaalt voor de badge en de sprint, niet voor extra bruikbaarheid. Alternatieven zoals de Mercedes CLE53 zijn duurder maar bieden meer vermogen – maar daar betaal je ook voor. Voor wie niet elke dag voluit gaat, is de 430i de slimme keuze.
Gemiddelde van alle uitvoeringen van de BMW 4-Series Convertible, vergeleken met 3.609 uitvoeringen van andere auto's uit de periode 2018–2024.
| Kenmerk | Dit model | Gemiddelde | Positie |
|---|---|---|---|
| Vermogen | 252 pk | 262 pk |
beter dan 61%
|
| Koppel | 400 Nm | 406 Nm |
beter dan 57%
|
| Topsnelheid | 243 km/u | 225 km/u |
beter dan 69%
|
| Acceleratie 0–100 km/u | 6,7 s | 7,6 s |
beter dan 58%
|
| Verbruik gecombineerd | 6,1 l/100 km | 7,0 l/100 km |
beter dan 53%
|
| CO2-uitstoot | 144 g/km | 154 g/km |
beter dan 50%
|
| Kofferruimte | 385 l | 545 l |
beter dan 25%
|
| Leeggewicht | 1.843 kg | 1.724 kg |
beter dan 32%
|
Percentages tonen het aandeel uitvoeringen uit dezelfde periode waar dit model op dat kenmerk boven uitkomt. Fabrieksopgaven.
Deze review gaat over de hele BMW 4-Series Convertible-reeks. De cijfers hierboven komen van de M440i xDrive 8AT AWD (374 HP), maar het oordeel geldt voor elke uitvoering hieronder.